Moonwise
Dutch verb display

Dutch self-test page Dutch verb display Moonwise home page

slijten, sleet, gesleten  
  
infinitiveslijtento wear out
imperativeslijt!wear out!
present ik slijt
jij slijt
u slijt
hij slijt
zij slijt
het slijt
wij slijten
jullie slijten
zij slijten
I wear out
you wear out
you (polite) wear out
he wears out
she wears out
it wears out
we wear out
you (plural) wear out
they wear out
perfect ik heb gesleten
jij hebt gesleten
u hebt gesleten
hij heeft gesleten
zij heeft gesleten
het heeft gesleten
wij hebben gesleten
jullie hebben gesleten
zij hebben gesleten
I have worn out
you have worn out
you (polite) have worn out
he has worn out
she has worn out
it has worn out
we have worn out
you (plural) have worn out
they have worn out
past ik sleet
jij sleet
u sleet
hij sleet
zij sleet
het sleet
wij sleten
jullie sleten
zij sleten
I wore out
you wore out
you (polite) wore out
he wore out
she wore out
it wore out
we wore out
you (plural) wore out
they wore out
past perfect ik had gesleten
jij had gesleten
u had gesleten
hij had gesleten
zij had gesleten
het had gesleten
wij hadden gesleten
jullie hadden gesleten
zij hadden gesleten
I had worn out
you had worn out
you (polite) had worn out
he had worn out
she had worn out
it had worn out
we had worn out
you (plural) had worn out
they had worn out
future ik zal slijten
jij zult slijten
u zult slijten
hij zal slijten
zij zal slijten
het zal slijten
wij zullen slijten
jullie zullen slijten
zij zullen slijten
I will wear out
you will wear out
you (polite) will wear out
he will wear out
she will wear out
it will wear out
we will wear out
you (plural) will wear out
they will wear out
future perfect ik zal gesleten hebben
jij zult gesleten hebben
u zult gesleten hebben
hij zal gesleten hebben
zij zal gesleten hebben
het zal gesleten hebben
wij zullen gesleten hebben
jullie zullen gesleten hebben
zij zullen gesleten hebben
I will have worn out
you will have worn out
you (polite) will have worn out
he will have worn out
she will have worn out
it will have worn out
we will have worn out
you (plural) will have worn out
they will have worn out
 
strong and irregular verbs
bakken
barsten
bederven
bedriegen
beginnen
begraven
begrijpen
bergen
besluiten
bevelen
bewegen
bezoeken
bezwijken
bidden
bieden
bijten
binden
blazen
blijken
blijven
blinken
braden
breken
brengen
buigen
denken
doen
dragen
drijven
dringen
drinken
druipen
duiken
dwingen
ervaren
eten
fluiten
gaan
gelden
genezen
genieten
geven
gieten
glijden
glimmen
graven
grijpen
hangen
hebben
heffen
helpen
heten
hijsen
houden
jagen
kiezen
kijken
klimmen
klinken
knijpen
komen
kopen
krijgen
kruipen
kunnen
lachen
laden
laten
lezen
liegen
liggen
lijden
lijken
lopen
malen
meten
moeten
mogen
nemen
overlijden
plegen
prijzen
raden
rijden
rijzen
roepen
ruiken
scheiden
schelden
schenken
scheppen
scheren
schieten
schijnen
schrijden
schrijven
schrikken
schuilen
schuiven
slaan
slapen
slijpen
slijten
sluipen
sluiten
smelten
smijten
snijden
snuiven
spannen
spijten
splijten
spreken
springen
spuiten
staan
steken
stelen
sterven
stijgen
stinken
stoten
strijden
strijken
stuiven
treden
treffen
trekken
vallen
vangen
varen
vechten
verbergen
verbieden
verdwijnen
vergelijken
vergeten
vergeven
verlaten
verliezen
vermijden
verraden
verschuilen
verstaan
vertrekken
verzinnen
vinden
vliegen
vouwen
vragen
vriezen
waaien
wassen
wegen
werpen
weten
weven
wijken
wijzen
willen
winnen
worden
wreken
wrijven
wringen
zeggen
zenden
zien
zijn
zingen
zinken
zitten
zoeken
zuigen
zuipen
zullen
zwellen
zwemmen
zweren
zwerven
zwijgen
random